BEHANDELINGEN

BEHANDELTECHNIEKEN PODOLOGIE

De podoloog heeft verschillende behandelmogelijkheden en hulpmiddelen tot zijn beschikking, die al dan niet in combinatie worden gegeven. Dit zijn:

1. Toepassen van nagelcorrecties: orthonyxie of onychoplastie
Orthonyxie is het plaatsen van een nagel beugel ter correctie van een afwijkende vorm van de nagel (zoals bij hyperconvexiteit). Bij onychoplastie wordt een ontbrekend deel van de nagel vervangen of aangebouwd door bijvoorbeeld een kunstnagel, ter voorkoming van ingroei. Onychoplastie wordt toegepast tot de patiënt klachtenvrij is en de nagel voldoende ver is uitgegroeid. Orthonyxie wordt bij een goede corrigeerbaarheid van de nagel toegepast totdat de nagel de juiste vorm heeft, bij een onvoldoende corrigerend vermogen van de nagel tot de patiënt klachtenvrij is en bij recidiverende klachten mogelijk gedurende de rest van het leven.

2. Vervaardigen en aanmeten van orthesen (anders dan zolen) en prothesen
Orthesen en prothesen kunnen worden gemaakt van verschillende materialen, maar vaak worden siliconen gebruikt. Orthesen worden gemaakt ter correctie van een afwijkende teenstand (harde orthese) of ter bescherming van een pijnlijke plek waarbij correctie niet meer mogelijk is (zachte orthese). Prothesen worden bijvoorbeeld toegepast ter vervanging van een geamputeerde teen, om te voorkomen dat de voet vervormt en ter verbetering van de afwikkeling van de voet tijdens het lopen. Na gedegen onderzoek van de voet (en het looppatroon) wordt de orthese vervaardigd. Na aflevering/passen is meestal nog een éénmalige nacontrole gewenst. Afhankelijk van de aandoening en de mobiliteit van de tenen zal een orthese gedragen moeten worden tot de patiënt klachtenvrij is, of gedurende de rest van het leven. Bij een corrigerende orthese is geregeld controle nodig, bijvoorbeeld elke 6 maanden tot 1 maal per jaar. Indien nodig zal de orthese worden aangepast. Bij een protectieve/beschermende orthese zal (veelal) alleen op indicatie een controle plaatsvinden.

3. Vervaardigen en aanmeten van podologische zolen
Andere benamingen zijn 'inlays' en 'steunzolen'. In de literatuur wordt ook vaak de term 'orthesen' gebruikt. Doelen zijn: corrigeren van stands- en functieafwijkingen van de onderste extremiteit en de wervelkolom, compenseren van structurele afwijkingen in de voet, ontlasten van kwetsbare structuren, of een combinatie van doelen. De zolen worden individueel op maat gemaakt, op grond van de gegevens die de podoloog bij zijn onderzoek heeft verkregen. Hiervoor zijn verschillende methoden beschikbaar (bijvoorbeeld methode Lavigne, gebruik van thermoplastisch materiaal, CADCAM). De podologische zolen zijn (meestal) flexibel en afhankelijk van het doel van harder of zachter materiaal (ter correctie worden harde materialen gebruikt, ter ondersteuning/ontlasting van structuren worden zachtere materialen gebruikt). Na vervaardiging van de zolen en een eerste check bij levering/aanpassen volgt een afspraak voor evaluatie/controle, meestal na een periode van 6-8 weken. Afhankelijk van de aandoening dienen de podologische zolen gedragen te worden tot enkele maanden nadat de patiënt klachtenvrij is (b.v. bij een blessure) en in andere gevallen gedurende de rest van het leven ter voorkoming van recidief-klachten (bijvoorbeeld bij een beenlengteverschil of bij een hallux valgus). Bij het blijvend dragen van de podologische zolen is een jaarlijkse controle gewenst in verband met leeftijdsafhankelijke verandering van de voet en/of verandering op basis van het corrigerend vermogen van de zolen. Op grond van de bevindingen bij deze controle worden de zolen aangepast of, bij slijtage, vervangen. Meestal zal na 2-4 jaar vervanging van de podologische zolen noodzakelijk zijn.

4. Uitvoeren van een instrumentele behandeling
Hieronder wordt verstaan het verwijderen van eelt en likdoorns (d.m.v. snijden en frezen) en het behandelen van nagelklachten. Er is een indicatie voor podologie wanneer deze behandeling niet door een pedicure kan worden uitgevoerd (bijvoorbeeld bij patiënten met vaatlijden, zoals op grond van diabetes mellitus).

5. Behandeling van unguis incarnatus
Hieronder valt het niet chirurgisch verwijderen van het eventueel aanwezige spicula. Drukvrij leggen van de sulci en het opvolgen van de groei van de nagel. Tevens valt hieronder het geven van tips en adviezen mbt het knippen van de nagel en het schoeisel.

6. Uitvoeren van wondbehandeling
Bij een (diabetisch) ulcus kan de podoloog het ulcus behandelen (inclusief verwijderen van eeltranden, debrideren, spoeling en verbinden) en drukvrij leggen en zo de wondgenezing bevorderen.

7. Toepassen van een caustische behandeling
Hiermee wordt bedoeld het met uitwendige medicamenten bestrijden van verrucae en/of granulatieweefsel.

8. Toepassen van vilttherapie (ook met andere drukontlastende middelen dan vilt)
Door plaatsing van een viltverband kunnen pijnlijke plekken (tijdelijk) drukvrij gelegd worden. Deze behandeling kan op zichzelf staan of worden gecombineerd met een meer definitieve therapie later in het herstelproces.

9. Toepassen van verbanden en taping
Voorbeelden zijn het aanbrengen van een metatarsaalbandage bij een marsfractuur, of een taping bij een fascïitis plantaris of een inversietrauma van de enkel. Deze behandeling kan op zichzelf staan of worden gecombineerd met een meer definitieve therapie later in het herstelproces.

9. Toepassen van schoenmodificaties
Wanneer op zich goed schoeisel bij een patiënt toch klachten geeft (zoals bij exostosen op de voet) kunnen met verschillende materialen en middelen 'op maat' aanpassingen in de schoen worden aangebracht, ter verbetering van de pasvorm en ter preventie van drukplekken en wonden.

10. Geven van schoenadvies
De podoloog houdt bij het geven van advies over voor de individuele patiënt geschikt schoeisel onder meer rekening met de anatomische eigenschappen van (de voet van) de gebruiker, het gebruiksdoel (zoals soort werkactiviteit, klimmen, lopen, soort sportactiviteit), gebruik van therapeutische zolen, orthesen en prothesen en de intensiteit van het gebruik.

11. Geven van preventieve adviezen
Hieronder wordt onder meer verstaan het geven van oefeningen die de patiënt thuis zelf kan uitvoeren of het geven van adviezen zoals het afwisselen van belasting en rustperioden.

12. Geven van adviezen voor voethygiëne en voetverzorging
Adviseren over adequate voethygiëne en voetverzorging, inclusief het controleren op drukplekken, nagel ingroei en verwondingen. Dit vormt met name voor patiënten met allerlei vormen van vaatlijden (inclusief diabetespatiënten) een belangrijk onderdeel van de behandeling.

13. Screening
Met name bij patiënten met diabetes mellitus is screening op risicofactoren voor het ontstaan van druk plekken en wonden van belang.